De keuken als pedagogisch laboratorium
Als docent Interieuradviseur werk ik al jaren in gebouw Oranje. Mijn route is vertrouwd en iedere dag hetzelfde loopje: vanuit de fietsenstalling naar hetzelfde gebouw, langs hetzelfde keukentje voor koffie. Ik ken de mensen, de gewoontes en de ongeschreven regels. Ik weet hoe die wereld werkt. Dit schooljaar werk ik daarnaast ook twee dagen als projectleider Integrale Studentbegeleiding voor het programma Student. Daardoor spreek ik veel verschillende collega’s en kom ik op plekken waar ik eerder nooit kwam.
Die gesprekken beginnen vaak met koffie. En juist daar start mijn verwondering. In het ene gebouw open ik een keukenkastje en tref ik een lege plank aan. Geen mok, dus geen koffie. Had ik toch mijn Deltion-mok moeten meenemen? Een paar dagen later sta ik juist voor een kast met een overvloed aan mokken: grote, kleine, bontgekleurde exemplaren en mokken met vervaagde logo’s.
Maar als het gesprek voorbij is en de koffie op, dient de echte vraag zich aan: wat doe je met je kopje? Mag het op het aanrecht als de vaatwasser draait? Wie ruimt in, wie ruimt uit en wie zet het apparaat aan? Opeens blijkt die vaatwasser meer dan een huishoudelijk hulpmiddel. Het is een oefenplaats voor collectiviteit. En dus verschijnen overal briefjes: aan het handvat van de vaatwasser, op kastjes, naast het aanrecht. ‘Vaatwasser aan’, ‘vaatwasser uit’. Kleine aanwijzingen die iets groters proberen te regelen: hoe doen we dit samen?
Soms zijn die briefjes vriendelijk, soms grappig, soms bijna poëtisch en soms opvallend passief-agressief. Het fascineert me hoe volwassenen elkaar via A4’tjes proberen op te voeden. We spreken vaak over pedagogisch handelen richting studenten, maar hier zie ik een vorm van pedagogiek tussen collega’s. Niet in beleidsstukken, maar in de microcultuur van de keuken.
Een kopje koffie blijkt een sociale afspraak. Een vaatwasser een oefenplaats voor eigenaarschap. En een briefje een poging om gedrag te beïnvloeden.
Als projectleider pedagogiek kan ik daar niet los van kijken. Wat zich hier afspeelt, raakt direct aan onze pedagogische opdracht. Klimmen en switchen
In het werk van Ilias El Hadioui worden de begrippen klimmen en switchen gebruikt om te beschrijven hoe studenten zich bewegen tussen verschillende sociale werelden. Thuis, school, stage, werk en vriendenkring kennen ieder hun eigen codes, verwachtingen en omgangsvormen. Studenten schakelen voortdurend tussen die contexten. Ze leren betekenissen lezen en passen hun gedrag aan, zonder zichzelf te verliezen.
Sociale leefwereld mee de klas in
Juist daarom intrigeert die vaatwasser me. In de briefjes rondom de keuken zie ik hoe werelden in elkaar overlopen. Gewoontes van thuis, manieren van samenleven, irritaties en afspraken krijgen een plek in de werkcontext. Alsof de codes uit andere sociale werelden zomaar de keuken binnenwandelen.
Dat maakt die plek interessant. Ze laat zien dat grenzen tussen werelden minder strak zijn dan we soms denken. Ook in het onderwijs. Studenten nemen hun leefwereld mee de klas in. Hun manier van communiceren, hun omgang met regels, hun verantwoordelijkheidsgevoel en hun gewoontes van thuis verschijnen in de schoolcontext. Soms sluit dat vanzelf aan, soms schuurt het en soms vraagt het eerst om nieuwsgierigheid voordat het begrepen wordt.
Hoe langer ik rondloop, hoe vaker ik dezelfde zorg herken. Achter al die verschillende briefjes zit iemand die wil dat er voor de volgende collega ook een schoon kopje is. Iemand die wil dat de ruimte prettig blijft voor iedereen. Misschien verschillen we in de manier waarop we dat organiseren, maar veel minder in wat we belangrijk vinden.
Juist daarin zie ik een mooie parallel met pedagogiek. Ook daar kiezen we verschillende routes, terwijl de bedoeling vaak verrassend dicht bij elkaar ligt.
Elke keer als ik in een gebouw waar ik nog niet eerder was opnieuw een keukenkastje opendoe, zie ik niet alleen een kopje of een vaatwasser.
Ik zie een pedagogisch laboratorium: een plek waar zichtbaar wordt hoe we elkaar leren kennen, samenwerken en samenleven. En dat is uiteindelijk een pedagogische vraag.