Yvette op de Alpe d'HuZes

De avond voor de start sliep ik bijna niet. Twijfels, spanning… wat als ik het niet kan? Die ochtend voelde alles zwaar. Al snel ging het mis. Mijn lijf werkte niet mee en in bocht 21 stortte ik volledig in. Ik wilde stoppen. Ik voelde me een opgever.

Ik wandelde met mijn zus Niquette. We hadden afgesproken dat zij haar eigen tempo zou lopen, maar nu keek ze me aan terwijl ik opgaf. Met pijn in mijn hart zei ik: ga door. En dat deed ze. Voor mijn vader, mijn moeder en Frank… maar nu ook voor mij. Ik bleef achter, kapot en vol verdriet.

In bocht 21 kwam er een onbekende naast me zitten: Angelique. Ook zij had het zwaar. We raakten aan de praat en besloten samen verder te gaan. Stap voor stap, elke 100 meter een kleine overwinning. Zij, herstellende van leukemie, gaf mij de kracht om weer in beweging te komen.

Ondertussen dacht ik aan mijn vader, die het leven bewust losliet. Aan Frank, die ondanks alles bleef vechten. Aan mijn moeder, die altijd bleef geloven. En aan de meiden thuis, met hun lieve woorden. Opgeven was geen optie.

Bij de kaarsen voor mijn vader, moeder en Frank voelde ik het: ik ben er nog. Ik ga door. Trots kwam langzaam terug. De laatste bochten waren zwaar, nat en koud. Maar ik bleef lopen. Voor hen. Voor iedereen die blijft strijden. En daar, bij de finish, stond Niquette weer op mij te wachten.
Ik had het gehaald.

Voor mijn vader, mijn moeder en Frank.
Voor iedereen die niet opgeeft.
Want opgeven is geen optie.